Hollandse getto's
Spangen, Bos en Lommer, Schilderswijk, Bijlmer en Kanaaleiland. Achterstandswijken of getto's?
'Noemen jullie dit een getto?' Stomverbaasd was de Amerikaanse socioloog en getto-onderzoeker William Wilson toen hij ooit de Bijlmermeer bezocht. In vergelijking met Harlem en the Bronx in New York of South Central in Los Angeles zijn onze beruchte wijken netjes aangeharkte buurten waar het voor iedereen prettig toeven is. Liet Wilson zich misleiden door de goede staat van straten en huizen, of kent Nederland inderdaad geen getto's?
Het ligt er natuurlijk maar aan wat je onder een getto verstaat. De term stamt uit Italië. Sinds de middeleeuwen wilde de katholieke kerk dat joden zich in aparte wijken vestigden. Men noemde die wijken getto´s en die term zou afkomstig zijn van Borgghetto , dat voorstad betekent, of van getto nuevo , de joodse wijk in Venetië. Hoe dan ook: een joods getto was tot aan de Tweede Wereldoorlog net zo'n een pleonasme als witte sneeuw.
In Amerika wordt het woord getto gebruikt om wijken aan te duiden waar een etnische groep overheerst én de verpaupering heeft toegeslagen. Armoedegetto's kortom, waar bendes de dienst uitmaken, hele huizenblokken onbewoonbaar zijn en voor veel jongeren slechts een carrière is weggelegd als dealer, junk of een combinatie daarvan.
Wilson mag zich dan verbaasd hebben over onze 'getto's', de autochtone bewoners hebben wel degelijk het idee dat hun wijken in twintig jaar tijd in achterbuurten zijn veranderd. Want in het kielzog van de allochtonen verschenen dikwijls ook junks, dealers en hangjongeren.
'Het is logisch dat mensen de verloedering van de buurt met de komst van allochtonen in verband brengen, maar het is juist andersom', zegt geograaf Gideon Bolt, die onderzoek deed naar het vestigingsgedrag van Turken en Marokkanen in Utrecht. 'Turken en Marokkanen klitten niet zozeer met opzet bij elkaar, maar ze vullen de gaten die de Nederlanders laten vallen.'
Zo kwamen veel Turken in de jaren zeventig terecht in Lombok , de grootste smeltkroes van Utrecht, omdat ze als gastarbeiders uitgesloten waren van de sociale huursector. Ze waren zogenoemde 'noodkopers'. In Lombok , aan de rand van het centrum, konden ze de woningen net betalen. Om de huizen te financieren werden woningen vaak opgedeeld en kamers onderverhuurd aan landgenoten.
Begin jaren tachtig - ongeveer op het moment dat de Nederlandse regering voor het eerst toegaf dat de gastarbeiders niet meer naar hun vaderland zouden terugkeren - kregen Marokkanen en Turken wel toestemming om te huren. En trokken ze vervolgens massaal naar de naoorlogse wijken waar woningen weinig geliefd en goedkoop waren. De meeste oorspronkelijke bewoners waren al vertrokken naar de voorsteden toen er, naar hun zin, te veel allochtonen in hun wijken kwamen wonen.
Die zogenoemde 'witte vlucht' is een bekend verschijnsel. Zo blijkt uit Amerikaans onderzoek dat de uittocht op gang komt als het percentage Afro-Amerikanen in een wijk de twintig procent overstijgt. Afro-Amerikanen geven de voorkeur aan een fiftyfifty-verhouding, maar die etnische samenstelling wordt zelden bereikt doordat de blanke bewoners de benen nemen zo gauw ze zich dat kunnen veroorloven. In de Utrechtse wijk Kanaaleiland is iets dergelijks gebeurd. 'Een wijk kan zo in tien jaar totaal van kleur veranderen', zegt Bolt.
Geen gettovorming | Oorspronkelijke bewoners mogen dan vertrekken naarmate er meer allochtonen in hun wijken wonen, de wijken worden daarmee nog geen armoedegetto's. Het is ook niet zo dat een grote concentratie allochtonen per definitie tot verpaupering leidt. Integendeel: dat allochtonen elkaar opzoeken, kan zelfs een katalysator zijn voor integratie omdat de nieuwkomers door de anderen wegwijs gemaakt kunnen worden. Zo vestigden Italiaanse en Ierse immigranten zich in de VS vaak in aparte wijken. Intussen, drie of vier generaties later, zijn ze net zo Amerikaans als de gemiddelde witte protestant. En dat in menig Amerikaanse stad nog steeds 'Chinatowns' bestaan, komt niet omdat de Chinezen nergens anders willen of kunnen wonen, maar omdat de wijken economisch succesvol zijn.
Meestal echter, nemen immigranten na een of twee generaties ook de woonvoorkeuren van de autochtonen over. Zo ruilen in Nederland steeds meer Surinamers hun flat in Amsterdam in voor een doorzonwoning met tuin in Almere. Dat Marokkanen en Turken vooralsnog bij elkaar blijven wonen, is echter geen signaal voor gettovorming. Bolt. 'De tweede generatie is net rond de twintig jaar oud. Die jongeren zijn starters in de woningmarkt en komen automatisch in de goedkopere buurten terecht. Dat geldt overigens ook voor autochtonen. In Amsterdam wonen er veel blanke studenten en dertigers in de oude stadswijken.'
Een blik op de demografische samenstelling van de vier grote steden (zie de tabellen) leert dat wijken waar migranten de meerderheid vormen - getto's in de oudste zin van het woord - in Nederland niet bestaan. De Bijlmer is in Nederland de wijk met de grootse concentratie van een bevolkingsgroep: eenderde van de bewoners is van Surinaamse afkomst. Maar Amsterdam-zuidoost kent behalve een aantal naargeestige plekken ook enkele goede buurten en is inderdaad amper een getto te noemen. Langdurige leegstand en verpaupering krijgen door de woningnood in Amsterdam ook weinig kans.
Dichtgespijkerde panden | Als er in Nederland al wijken zijn die voor het predikaat armoedegetto in aanmerking komen, dan zijn die eerder te vinden in Rotterdam en Den Haag. Delen van Rotterdam-zuid, Spangen en de Haagse Schildersbuurt, Spoorwijk en het Laakkwartier, kampen met zo veel problemen dat ze het woord achterbuurt overstijgen. Hier staan vaak ook de dichtgespijkerde panden waar junks, dealers en helers op af komen.
Volgens Bolt is er een heel aannemelijke verklaring voor het feit dat de wijken in de deze steden er slechter aan toe zijn dan in Amsterdam of Utrecht. 'Ze lopen achter. Amsterdam en Utrecht zijn eerder dan Rotterdam en Den Haag gestopt met het discrimineren van allochtonen bij het toewijzen van huurwoningen. Een woningzoekende mag in deze steden al sinds begin jaren negentig afhankelijk van zijn inschrijvingsduur uit een aantal woningen kiezen, in plaats van dat hij ruimte krijgt toegewezen. Terwijl in Amsterdam en Utrecht allochtonen zich daardoor meer konden verspreiden, bleven ze in Rotterdam en Den Haag aangewezen op een paar wijken met veel particuliere huurwoningen.'
Historica Janneke Jansen die haar proefschrift schrijft over het vestigingsgedrag van immigranten, denkt net als Bolt dat het systeem dat woningbouwverenigingen hanteren veel invloed heeft op het vestigingsgedrag van allochtonen. 'Op borrels hoor je vaak dat woningbouwverenigingen buitenlanders voortrokken. Dat is echt maar heel zelden gebeurd, meestal was het andersom. Heel wat verenigingen hebben in de jaren tachtig allochtonen steevast onder aan de lijst geplaatst of bewust uit bepaalde wijken geweerd.'
Hans Rasenberg zit in zijn kantoortje aan de Hoefkade in het hartje van de Haagse Schildersbuurt. Jarenlang was hij wijkagent in de meest verloederde buurten van de hofstad. Nu is hij een soort spin in het web van hulporganisaties, maatschappelijk werk, politie. 'De hulpverlening is al jaren geleden uit de wijk weggetrokken. De politie heeft geen idee wat er in de wijk speelt. Veel agenten zitten maar een paar jaar in een wijk, terwijl je pas na een jaar of vijf echt leert wat er in een wijk leeft.'
Rasenberg is niet zo bang voor het ontstaan van echte getto's, maar hij maakt zich wel degelijk zorgen over het gebrek aan integratie van met name islamitische immigranten.
'Achterlijk' zul je hem de moslims niet horen noemen; achterlijk zijn wel de beleidsmakers. 'Jarenlang zijn deze mensen vooral genegeerd. Ze hadden rechten, maar werden nooit op hun plichten gewezen. Nu slaat iedereen weer door naar de andere kant. De harde lijn. Marokkanen krijgen als groep de schuld van alles en dat werkt fundamentalisme alleen maar in de hand. We hebben nooit geprobeerd contact te leggen met liberale moslims.' Rasenberg is bang dat Marokkanen zich straks gedwongen zien een keus te maken. 'Of je bent moslim, en dan ook automatische fundamentalist, of je bent het niet.'
Een van de grootste problemen van de wijk is dat een groot deel van de bewoners zich nog steeds buitenstaander voelt. 'Zelfs jongeren hebben het over wanneer ze weer naar Marokko gaan. Dat doen ze niet, maar dat ze het zelf niet onderkennen, zegt genoeg. Het zou mooi zijn als de mensen hier wat bezit op zouden opbouwen, een eigen woning zouden kopen.'
Spreiding | Rasenberg weet in ieder geval zeker dat spreiding van buitenlanders niet de manier is om de problemen te bestrijden. 'Dat zelfs de SP dat roept, vind ik dom. Spreiden roept in andere wijken weerstanden op. Probeer eerst eens in de wijk te gaan zitten. Vooral Marokkanen zijn moeilijk te benaderen, je moet eerst hun vertrouwen winnen.' En dat lukt niet omdat de overheid, zowel hulpverleners als politie, te weinig in de wijken aanwezig is. 'Ik ben eens bij een paar gezinnen gekeken met welke instanties ze allemaal te maken hadden. Het bleek dat ze met soms wel zeven instanties te maken hadden, maar die wisten dat niet van elkaar.'
De roep om immigranten en allochtonen te spreiden die nu weer overal klinkt, is niet nieuw. De bijna driehonderdduizend repatrianten die na de onafhankelijkheid vanuit Indonesië naar Nederland kwamen, werden over heel Nederland verdeeld. De grootste groep Indische Nederlanders ging redelijk geluidsloos op in de Nederlandse samenleving.
Dat spreiding niet altijd werkt, bleek in Amerika. Wilson concludeerde zelfs dat positieve discriminatie bij de woningtoewijzing tot verarming van de getto's had geleid. De wat rijkere zwarten kregen de kans om zich op andere plaatsen te vestigen, voornamelijk in de suburbs. De kanslozen bleven achter. Hun rolmodellen die aantoonden dat het anders kon, waren vertrokken.
Toch lijken gemeentebesturen in de grote steden overtuigd van de noodzaak om migranten te spreiden. De angst voor zwarte scholen zit er goed in. De gemeente Amsterdam overweegt zelfs om kinderen naar Amerikaans voorbeeld met bussen over de stad te verdelen. 'Onzin', vindt Bolt. 'Over een paar decennia is zeventig procent van de bevolking van de grote steden van allochtone afkomst. Dan kun je spreiden wat je wilt, maar dan heb je toch alleen nog maar zwarte scholen.'
Intermediair | Thijs Peters |9 januari 2003
|