Elke dag 2 april
Zwemdiploma A.
Zwemdiploma B.
Atheneum B-diploma.
Rij-diploma, scenariodiploma.
Wellicht ben ik nog wat van mijn ooit behaalde diploma’s vergeten.
Maar één diploma ben ik in ieder geval niet vergeten.
Omdat ik dat diploma niet behaald heb.
Het strikdiploma.
Als ik zo anderen hoor, dan moet ik op een wel heel rare basisschool hebben gezeten. Want de meneren en juffrouwen daar gaven geen striklessen.
Of ik moet net op dat moment ziek zijn geweest.
Of mijn gedachten er niet bij hebben gehad.
Te veel met woordjes bezig zijn geweest.
Of ik ben gewoon gezakt en heb dat verdrongen.
Feit is dat ik geen strikdiploma heb. En dat ik dus mijn veters niet normaal kan strikken.
Op zich ziet het er altijd wel hoopvol uit als ik met die veters bezig ben. Ik weet eigenlijk ook niet wat ik fout doe en waarom die dikke draden niet blijven zitten.
Maar los gaan ze, allebei. Elke dag wel een paar keer.
En tja, dat kan gevaarlijk zijn. Even niet opletten en dan blijf ik zo ergens aan hangen. Of ik struikel over mijn eigen veters. En daar lig ik dan, languit.
Alleen merk ik het niet altijd als mijn veters los zijn. Blijkbaar ben ik te gewend aan het lopen met losse veters.
Maar om te behoeden voor het gevaar waarschuwt mijn vrouw (Ja! Echt!) me vaak. De eerste jaren zei ze nog gewoon ‘je veter is los’. Maar toen ik dat heel vaak hoorde, werd ik daar een beetje flauw van, en trok ik me er niets van aan. Daarom zei ze later bij weer een losse veter: ‘1 april’. Aangezien het die dag geen 1 april was, wist ik dat mijn veter weer los was, en ging ik maar weer eens een poging doen om een normale strik te leggen.
Als beide veters los zijn, heeft mijn vrouw een andere waarschuwing. Eigenlijk heel logisch: bij twee losse veters is het twee keer 1 april, ofwel 2 april.
En zo is het elke dag 2 april.
En dat is uiterst plezant.
Niet alleen omdat het elke dag weer net lente is.
Maar ook omdat het elke dag lente in Lombok is.
Ik hoef me maar te bukken om de veters te strikken, of ik zie de witte en roze bloesems weer voor me.
Een ander voordeel van dit 2 april is dat ik mijn wijk heel anders ga zien.
Vanaf een paar decimeter boven de grond.
Natuurlijk is veters strikken op de Leidseweg het leukst. Met die munten.
Maar ook in de andere straten is het mooi rond mijn veterlosse schoen. Dan ontdek ik grappige anti-hondenpoep-tegels, een grappig kaartje dat een buurtbewoner is verloren of een mooi uitgesneden stoeptegel. Of ik ontdek drie verschillende kleuren stoeptegels, zoals nu het geval is in de Kanaalstraat.
En als ik dan mijn veters gestrikt heb en ik kijk omhoog, dan zien de huizen hier er toch wat anders uit. Voornamer. Hoger.
Als een New York in het klein.
Tja, met zoveel moois om mee heen, ga ik geen moeite doen om zo’n strikdiploma te halen.
Ik zou alleen maar veel missen.
En ach, dan loop ik maar wat risico. Vooral omdat mijn vrouw (echt!) natuurlijk niet altijd met me mee kan lopen. Maar eigenlijk is het enige wat me hier kan gebeuren, dat ik languit op de grond val.
En dat is hier niet eens zo erg.
Omdat ik dan nog dichter bij de grond ben, ontdek ik alleen maar nieuwe dingen.
En met een lager gezichtspunt lijkt het hier nog meer New York.
Joost|21-6-10 | omhoog
|
|